1. Van een 0-urencontract is sprake indien het aantal uren waarop werknemer c.q. de oproepkracht werkzaam is, niet is vastgelegd en ook geen minimum aantal te werken uren is overeengekomen.
  2. Bij een 0-urencontract is de oproepkracht niet verplicht aan de oproep gehoor te geven. De werkgever is niet verplicht om werk aan te bieden.
  3. Per oproep garandeert de werkgever de oproepkracht tenminste drie aaneengesloten arbeidsuren. Als een oproepdienst korter is dan 3 uur, heeft de oproepkracht recht op salaris voor 3 uur.
  4. Voor 0-urencontracten voor bepaalde tijd geldt, dat partijen voor de evenement gebonden  functiegroepen in techniek en horeca maximaal 6 arbeidsovereenkomsten kunnen sluiten, die elkaar opvolgen met tussenpozen van niet meer dan 6 maanden, gedurende een periode van maximaal 48 maanden. Dit overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:668 lid 5 sub b BW. Op het moment dat, de tussenpozen inbegrepen, het maximaal aantal arbeidsovereenkomsten of deze 48 maanden worden overschreden, wordt de laatste arbeidsovereenkomst beschouwd als te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd.
  5. In afwijking van het bepaalde in artikel 628 boek 7 BW heeft werknemer geen recht op het naar tijdruimte vastgestelde salaris indien werknemer de overeengekomen werkzaamheden niet heeft verricht. De Wet Loonbetaling bij ziekte blijft onverminderd van kracht.
  6. In afwijking van lid 3 geldt dat bestaande 0-urencontracten waarin het minimaal gegarandeerde aantal aaneengesloten arbeidsuren meer dan 3 bedraagt na inwerkingtreding van de cao maximaal 3 jaar van kracht blijven.