/

Arbeidsduur en Arbeidstijden

No headings found on page

Arbeidsduur en Arbeidstijden

Werktijden, pauzes, overwerk en jaarurensysteem.

18 Arbeidsduur

  1. De wekelijkse arbeidsduur bij een voltijds dienstverband bedraagt 38 uur. Deeltijdfuncties worden naar evenredigheid hiervan afgeleid.

  2. Overal waar in de cao sprake is van een verlof-, opleidings- of ziektedag omvat deze het volgens het vaste rooster van de regelmatige dagdiensten geldende aantal arbeidsuren. Indien er geen sprake is van een vast rooster wordt deomvang van een verlof-, opleidings- of ziektedag berekend op basis van het gemiddelde aantal arbeidsuren per dag van dezes volledig voorafgaande maanden. In het geval van een arbeidsovereenkomst met een gegarandeerd minimum aantal uren en een maximum aantal uren (artikel 12) is het minimum aantal gegarandeerde uren de ondergrens van de berekening.

  3. De werknemer, die op de datum van invoering van de cao een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur heeft van meer dan 38 uur, heeft bij invoering van het loongebouw de keuze tussen een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uur met bijbehorendfeitelijk salaris en een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur gelijk aan het aantal uren op datum invoering cao.

  4. Werknemers kunnen bij werkgever een verzoek indienen om meer dan 38 uur gemiddeld per week te werken. Werkgever zal dit verzoek honoreren indien het bedrijfsbelang dit mogelijk maakt. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur zal echter niet meer dan 40 uur bedragen.

    Werkgever zal geen initiatief nemen huidige werknemers en/of toekomstige werknemers arbeidsovereenkomsten aan te bieden met een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van meer dan 38 uur.

  5. Het gewerkte aantal arbeidsuren wordt (achteraf) berekend over het kalenderjaar, inclusief de in dat kalenderjaaropgebouwde c.q. genoten vakantie- en verlofrechten en de dagen/uren welke de werknemer wegens ziekte niet konwerken. Het maximum gewerkte aantal arbeidsuren van een arbeidsovereenkomst met een gegarandeerd minimum aantaluren en een maximum aantal uren (artikel 12) mag niet meer bedragen dan gemiddeld 38 uur per week op jaarbasis.

19 Maximum arbeidstijden

  1. Werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer:

    1. maximaal 12 uur per dienst werkt;

    2. maximaal 60 uur per week werkt;

    3. maximaal gemiddeld 55 uur per week per 4 weken werkt;

    4. maximaal gemiddeld 48 uur per week per 16 weken werkt.

  2. De arbeidstijdenwet kent voor de podiumkunsten een aantal afwijkende regels. Deze staan in dit artikel vermeld. De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer:

    1. maximaal 12 uur per (nacht)dienst werkt;

    2. maximaal 72 uur per week werkt;

    3. maximaal gemiddeld 48 uur per week per 16 weken werkt;

    4. maximaal gemiddeld 40 uur per week per 52 weken werkt.

  3. Slechts in incidentele gevallen waarin de arbeid niet anders geregeld kan worden, mag 14 uur arbeid per (nacht)dienst worden verricht, mits werknemer na die dienst een onafgebroken rusttijd van tenminste 24 uur heeft. Op grond van de wet is dit gemaximeerd tot maximaal 26 maal per jaar. Dit is ook van toepassing op combinatiefuncties waarvan één van de gecombineerde functies evenement gebonden is. Structureel inroosteren van dergelijke diensten is niet toegestaan.

  4. De in lid 1 genoemde arbeidstijden zijn de standaard van de Arbeidstijdenwet en zijn voor iedereen het uitgangspunt. Dearbeidstijden van lid 2 en 3 zijn hierop een uitzondering die voor uitzonderlijke gevallen een mogelijkheid geeft om van deArbeidstijdenwet af te wijken.

20 Arbeidspatronen 

  1. Met het oog op een verantwoorde toepassing van de cao zullen met inachtneming van het in artikel 6.4 van de cao gestelde, kaderafspraken gemaakt worden tussen werkgever en de medezeggenschap, over:

    1. de werktijden van werknemers met regelmatige werktijden;

    2. de aanwezigheid en registratie van de werktijden van werknemers;

    3. de beschikbaarheid van (zie ook lid 3) en roosters voor werknemers met een variabel dienstenschema;

    4. de mededelingstermijn van de roosters (zie ook lid 2).

    Binnen deze kaders worden door werkgever met individuele werknemers nadere afspraken gemaakt.

  2. Bestaande regelingen ten aanzien van de mededelingstermijn van de roosters worden gerespecteerd. In alle andere gevallen geldt een mededelingstermijn van minimaal 2 weken. Met instemming van de medezeggenschap, of algemenepersoneelsvergadering kan daar van worden afgeweken.

  3. Leidraad bij het vaststellen van het rooster is het geplande activiteitenschema. Daarbij gelden, altijd in het licht van redelijkheiden billijkheid, de volgende uitgangspunten:

    1. met inachtneming van het in lid 2 gestelde maken werknemers hun beschikbaarheid kenbaar aan de hand van een activiteitenschema of, als dat niet (compleet) beschikbaar is, aan de hand van een regulier activiteitenschema. Deopgave van beschikbaarheid dient te allen tijde overeen te komen met één van de activiteiten uit het activiteitenschema;

    2. de mate van beschikbaarheid ten opzichte van het activiteitenschema dient in verhouding te staan tot de omvang van de aanstelling.

21 Oproeptermijn

  1. De werkgever zal zich inspannen om de werknemer met een oproepovereenkomst en de werknemer wiens werktijden geheel of grotendeels onvoorspelbaar zijn zo mogelijk ten minste vier dagen van tevoren op te roepen. De minimale oproeptermijn is24 uur voor aanvang van de werkzaamheden.

  2. Roept de werkgever de werknemer met een oproepovereenkomst binnen 24 uur voor aanvang van de werkzaamheden op,dan is de werknemer niet verplicht om aan de oproep gehoor te geven.

  3. Wanneer een oproep minder dan 24 uur voor aanvang van de werkzaamheden wordt ingetrokken of de tijdstippen van de oproep worden gewijzigd, behoudt de werknemer recht op 100% loon over het aantal uur waarvoor die wasopgeroepen. De werkgever maakt de oproep en de intrekking of wijziging daarvan schriftelijk of elektronisch bekend aan de werknemer.

  4. Voor de verplichting tot het aanbieden van een vaste arbeidsomvang, verwijzen cao-partijen naar de wettelijke regeling (artikel 7:628a lid 5 BW).

  5. De werknemer heeft voor iedere periode waarin die minder dan drie uur heeft gewerkt, recht op het loon waarop die recht zou hebben wanneer er drie uur zou zijn gewerkt.

22 Dagelijkse en wekelijkse onafgebroken rusttijd

  1. Werkgever organiseert de arbeid zodanig dat voldoende rust in overeenstemming met de ATW gegarandeerd is:

    1. hetzij doordat werknemer tenminste een aaneengesloten rusttijd heeft van 11 uur na een dag werken; 4 keer per 4 weken mag deze rusttijd worden ingekort tot 8 uur;

    2. hetzij doordat werknemer tenminste een aaneengesloten rusttijd heeft van 36 uur per periode van 7 maal 24 uur;

    3. hetzij doordat werknemer tenminste een aaneengesloten rusttijd heeft van 72 uur per periode van 14 maal 24 uur (eventueel opgesplitst in aaneengesloten rustperioden van 32 uren).

    Maximaal 8 keer per jaar mag hiervan worden afgeweken; de rusttijd mag dan minimaal 60 uur bedragen in een periode van 14 keer 24 uur.

  2. Ten aanzien van jeugdige werknemers (16- en 17-jarigen) zal werkgever de werkzaamheden zodanig organiseren, dat deze eenaaneengesloten rusttijd hebben van tenminste 12 uren in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, waarin zijn begrepen de uren tussen 23.00 en 06.00 uur.

  3. Ten aanzien van de zwangere en/of borstvoeding gevende werknemer wordt de organisatie van werk- en rusttijdbeschreven in artikel 49 van de cao.

  4. De in voorgaande leden bedoelde perioden van 24 uur vangen, conform de ATW, aan op het eerste tijdstip van de dag waarop werknemer arbeid verricht.

23 Zondagsarbeid

  1. Uit de aard van de aangesloten ondernemingen die onder de werkingssfeer van de cao vallen, vloeit voort dat werkzaamheden op zondagen kunnen worden verricht met inachtneming van lid 3.

  2. Werknemer is gehouden tot het verrichten van werkzaamheden op zondagen, tenzij in de arbeidsovereenkomst anders is overeengekomen.

  3. Werknemer heeft recht op minimaal 13 vrije zondagen per kalenderjaar.

  4. Op verzoek van een individuele werknemer kan van het aantal vrije zondagen zoals genoemd in lid 3 afgeweken worden.

24 Feestdagen

  1. Onder feestdagen worden verstaan: Oudejaarsavond, Nieuwjaarsdag, Eerste en Tweede Paasdag, Koningsdag of de dagwaarop deze dag wordt gevierd, Hemelvaartsdag, Eerste en Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede Kerstdag en 5 mei in lustrumjaren.

  2. Uit de aard van de aangesloten ondernemingen die onder de werkingssfeer van de cao vallen, vloeit voort dat werkzaamheden op feestdagen kunnen worden verricht.

  3. Werknemer is gehouden tot het verrichten van werkzaamheden op feestdagen, tenzij in de arbeidsovereenkomst anders is overeengekomen.

  4. Werkgever zal het werk zo organiseren dat werknemer tenminste vier feestdagen per jaar vrij zal hebben.

  5. Op verzoek van een individuele werknemer kan van het aantal vrije feestdagen zoals genoemd in lid 4 afgeweken worden.

  6. De werknemer die op grond van diens geloof andere algemeen erkende feestdagen kent, kan deze dagen als zodanigaanmerken tot een maximum aantal als in lid 1 is vastgesteld.

25 Overwerk en meerwerk

(Dit artikel is alleen van toepassing op de overeenkomsten uit artikel 10, 11 en 12.)

  1. Overwerk betreft uren die – op last van werkgever – daadwerkelijk gewerkt zijn boven het contractueel overeengekomenaantal op kalenderjaarbasis te werken uren. Van overwerk is eveneens sprake in geval werknemer door de aard ofomstandigheden van het werk gedwongen is extra uren te werken. Meerwerk betreft uren die – op vrijwillige basis vanwerknemer en na overleg vooraf met werkgever daadwerkelijk gewerkt zijn boven het contractueel overeengekomen aantal op kalenderjaarbasis te werken uren. Overwerkuren en meerwerkuren geven recht op vakantietijd en vakantiegeld. Voor overwerkuren geldt tevens een toeslag.

    1. Bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, korter dan of gelijk aan een jaar is sprake van overwerk als het contractueel overeengekomen aantal uren wordt overschreden dat in de individuele arbeidsovereenkomst is bepaald. Uitbetaling vindt plaats aan het einde van de in het contract vastgestelde looptijd.

    2. Er kan met instemming van de medezeggenschap,  of algemene personeelsvergadering een marge van maximaal 28 uur per kalenderjaar aangehouden worden. Indien het aantal overwerkuren binnen deze marge blijft, worden deze uren als reeds gewerkte uren doorgeschoven naar het erop volgende jaar. Zodra deze marge van 28 uur overschreden wordt, wordt het volledige aantal overwerkuren, vanzelfsprekend inclusief overwerktoeslag, uitbetaald. Deze marge is ingesteld om te voorkomen dat veel kleine over- schrijdingen, deels ten gevolge van korte termijn roostervariaties, aan het eind van het kalenderjaar leiden tot veel extra administratieve lasten van beperkte financiële omvang. De marge geldt niet voor een arbeidsovereenkomst met een gegarandeerd minimum aantal uren en een maximum aantal uren (artikel 12).

    3. Als de onderneming reeds een bestaande marge hanteert, kan de regeling alleen gewijzigd worden na instemming van de medezeggenschap, of algemene personeelsvergadering.

    4. Werkgever kan met betrekking tot de in lid 1b gestelde marge eenmalig een voor de organisatie geldende peildatum kiezen uit óf 30 juni óf 31 december.

      Deze peildatum kan daarna alleen gewijzigd worden met instemming van de medezeggenschap, of algemene personeelsvergadering.

    5. De bepalingen met betrekking tot overwerk zijn alleen van toepassing op functieniveaus 1 tot en met 6.

  2. Voor elk overwerkuur geldt een toeslag van 25 procent van het feitelijk salaris. Over deze toeslag van 25 procent wordt eveneens vakantietoeslag berekend, tenzij het in lid 3 van dit artikel bepaalde van toepassing is. De toeslag van 25 procent is niet pensioen gevend en evenmin vakantietijd gevend. Er geldt geen toeslag van 25 procent wanneer ersprake is van meerwerk.

  3. Overwerk wordt in principe vergoed in geld en is afhankelijk van de geldende pensioenregeling wel of niet pensioen gevend. Werkgever en werknemer kunnen in afwijking hiervan gezamenlijk bepalen dat het overwerk (gedeeltelijk) vergoed wordt in vrije tijd. De overwerktoeslag wordt in ieder geval in geld uitgekeerd. De in een jaar ontstane overwerkuren worden met inachtneming van lid 2 binnen twee maanden na einde jaar of na beëindiging arbeidsovereenkomstuitbetaald.

  4. Er kan met instemming van de medezeggenschap, of algemene personeelsvergadering afgeweken worden van het in lid 1en lid 3 van dit artikel bepaalde.

  5. Als de onderneming reeds een regeling heeft die afwijkt van lid 1 en lid 3 van dit artikel, kan de regeling alleen gewijzigd worden na instemming van de medezeggenschap, of algemene personeelsvergadering.

  6. De zwangere en/of borstvoeding gevende medewerker kan niet worden verplicht tot overwerk (zie ook artikel 49).

26 Pauzeregeling 

  1. Werkgever is gehouden een pauze te verlenen aan werknemer indien werknemer meer dan 5,5 uur arbeid achtereen verricht. Voor 16- of 17-jarige werknemers geldt een tijdspanne van meer dan 4,5 uur achtereen werken.

  2. De duur van de totale pauzetijd is tenminste:

    1. 30 minuten bij diensten waarin meer dan 5,5 uur (respectievelijk 4,5 uur voor 16- en 17-jarige werknemers) arbeid wordt verricht, doch niet meer dan 8 uur arbeid wordt verricht;

    2. 45 minuten bij diensten waarin meer dan 8 uur arbeid wordt verricht, doch niet meer dan 10 uur arbeid wordt verricht;

    3. 60 minuten bij diensten waarin meer dan 10 uur arbeid wordt verricht;

    4. de in lid 2a, 2b en 2c genoemde pauzes kunnen worden gesplitst in pauzes van elk ten minste 15 minuten.

  3. Werkgever is gerechtigd in overleg met de medezeggenschap, of algemene personeelsvergadering een pauzeregeling op te stellen, waarin het totaal van de pauzetijd uitgaat boven de in lid 2 genoemde minimum- pauzetijden, waarbij demaximumduur van een lunchpauze 1 uur kan bedragen en de maximumduur van een dinerpauze 3 uur.

  4. Pauzes worden niet tot de arbeidstijd gerekend: gedurende de pauze bestaat geen recht op doorbetaling van het salaris.

  5. Indien de voortgang van de werkzaamheden dit vereist wordt de pauze op verzoek van werkgever verschoven, met dienverstande dat de pauze dient te liggen tussen 2 uur na aanvang van de werkzaamheden en 2 uur voor het einde van de werkzaamheden. Indien dit nietmogelijk is, wordt de pauzetijd betaald.

  6. Koffie- en theepauzes van maximaal 15 minuten en maximaal drie keer per dag worden beschouwd als werktijd. Met dien verstande dat er op een werkdag minimaal 2,5 uur tussen de verschillende koffie- en theepauzes ligt.

  7. Reeds bestaande pauzeregelingen kunnen alleen worden gewijzigd met instemming van de medezeggenschap of algemenepersoneelsvergadering.

27 Gebroken diensten

  1. Indien een dienst op last van werkgever, bijvoorbeeld op basis van een vastgesteld rooster, wordt onderbroken voor de duur van 3uur of meer, is er sprake van een gebroken dienst.

  2. Werkgever mag werknemer per dag maximaal 1 gebroken dienst opdragen en per week maximaal 3 gebroken diensten.

  3. Voor elke gebroken dienst geldt een toeslag, gebaseerd op 50% van het feitelijk salaris dat correspondeert met de duur van de desbetreffende onderbreking.

    Er geldt daarbij een minimumtoeslag van 2 uurlonen.

28 Incidentele oproep bij calamiteiten

  1. Indien een werknemer wordt opgeroepen in verband met een calamiteit, bijvoorbeeld bij een technische storing of bij alarm,en de werknemer aan deze oproep gehoor geeft, heeft de werknemer recht op een toeslag van 100% op het aantalgewerkte uren, met een minimum van 1 uur. Bestaande regelingen, die positief afwijken van bovenvermelde toeslag, blijvenminimaal voor de duur van deze cao gehandhaafd.

  2. Deze toeslag geldt niet voor de werknemer bij wie de mogelijkheid tot dit soort oproepen reeds onderdeel is van de functie en verwerkt in het bijbehorende schaalsalaris.

  3. Dit artikel handelt expliciet niet over consignatie omdat geen sprake is van verplichte bereikbaarheid en verplichte beschikbaarheid.