/

Arbeids­overeenkomst

No headings found on page

Arbeids­overeenkomst

Vormen van overeenkomsten, proeftijd, tijdelijk en oproepcontract.

8 Arbeidsovereenkomst

  1. Een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde of onbepaalde tijd.

  2. In de arbeidsovereenkomst wordt, onverminderd de wettelijke bepalingen ter zake, in ieder geval vermeld:

    1. de naam en het adres van de werkgever;

    2. de NAW-gegevens van de werknemer;

    3. de functie die door de werknemer zal worden vervuld;

    4. het tijdstip van indiensttreding;

    5. de salarisschaal, de indeling in deze schaal en het feitelijk aanvangssalaris onder verwijzing naar art. 29 cao;

    6. de duur van de overeenkomst ofwel de vermelding dat deze voor onbepaalde tijd is aangegaan;

    7. de aanspraak op vakantie en verlof, onder verwijzing naar hoofdstuk E en G cao.

    8. of sprake is van een evenement gebonden functie;

    9. de aard van de overeenkomst en het hieraan verbonden te werken aantal uren op weekbasis wanneer deze geheel of grotendeels voorspelbaar zijn;

    10. de plaats(en) van tewerkstelling en indien van toepassing de hoofdstandplaats van de werknemer;

    11. of sprake is van een verhuisplicht na de proeftijd;

    12. een proeftijd, indien overeengekomen, onder verwijzing naar art. 15 cao;

    13. eventueel overeengekomen emolumenten;

    14. dat de cao van toepassing is;

    15. de van toepassing zijnde pensioenregeling, onder verwijzing naar art. 54 cao.

  3. Wanneer de tijdstippen waarop de werknemer de werkzaamheden moet verrichten geheel of grotendeels onvoorspelbaar zijn, maken partijen afspraken over:

    1. de minimale arbeidsduur per week, per maand of per kwartaal;

    2. beloning van gewerkte uren die het onder a. genoemde minimum te boven gaan;

    3. de dagen en de tijdstippen waarop de werknemer kan worden verplicht om werkzaamheden te verrichten;

    4. en leggen zij deze afspraken schriftelijk vast in de arbeidsovereenkomst (of aanvullingen daarop).
      Wanneer de tijdstippen waarop de werknemer de werkzaamheden moet verrichten geheel of grotendeels onvoorspelbaar zijn, zijn de oproeptermijnen als bedoeld in art. 21 cao van toepassing.

  4. Werknemer ontvangt naast de overeenkomst een (digitaal) afschrift van de cao, inclusief bijlagen en functie- en taakomschrijving

9 Vormen van overeenkomsten

  1. Werkgever kan met werknemers de volgende overeenkomsten afsluiten:

    1. een overeenkomst met een in het contract opgenomen vaste arbeidsduur per week;

    2. een overeenkomst met een in het contract opgenomen gemiddelde arbeidsduur per week;

    3. een oproepovereenkomst met een gegarandeerd minimum aantal uren en een maximum aantal uren;

    4. een oproepovereenkomst in de vorm van een 0-uren contract;

    5. een overeenkomst volgens het jaarurensysteem.

  2. Ongeacht de vorm van de arbeidsovereenkomst kan deze voor bepaalde of onbepaalde tijd worden afgesloten.

10 Overeenkomst met een in het contract opgenomen vaste arbeidsduur per week

  1. Werknemer en werkgever kunnen met elkaar een overeenkomst aangaan met een in het contract opgenomen vaste arbeidsduur per week.

  2. Voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd geldt, overeenkomstig art. 7:668a lid 1 BW, dat:

    1. deze elkaar gedurende maximaal 36 maanden kunnen opvolgen, wanneer eventuele tussenpozen maximaal zes maanden duren. Vanaf de dag dat de genoemde periode van 36 maanden wordt overschreden, de tussenpozen inbegrepen, geldt de laatste arbeidsovereenkomst vanaf die dag als aangegaan voor onbepaalde tijd;

    2. op de dag dat meer dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar opvolgen met tussenpozen van maximaal zes maanden, de laatste arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.

    Voor lopende ketens van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd geldt waarvan de laatste overeenkomst is aangegaan voorafgaand aan 10 juni 2022 geldt de overgangsregeling zoals opgenomen in art. 68 van deze cao.

11 Overeenkomst met een in het contract opgenomen gemiddelde arbeidsduur per week

  1. Werknemer en werkgever kunnen met elkaar een overeenkomst aangaan met een in het contract opgenomen gemiddelde arbeidsduur per week.

  2. Voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd geldt, overeenkomstig art. 7:668a lid 1 BW, dat:

    1. deze elkaar gedurende maximaal 36 maanden kunnen opvolgen, wanneer eventuele tussenpozen maximaal zes maanden duren. Vanaf de dag dat de genoemde periode van 36 maanden wordt overschreden, de tussenpozen inbegrepen, geldt de laatste arbeidsovereenkomst vanaf die dag als aangegaan voor onbepaalde tijd;

    2. op de dag dat meer dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar opvolgen met tussenpozen van maximaal zes maanden, de laatste arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.

    Voor lopende ketens van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd waarvan de laatste overeenkomst is aangegaan voorafgaand aan 10 juni 2022 geldt  de overgangsregeling zoals opgenomen in art. 68 van deze cao. 

12 Oproepovereenkomst met een gegarandeerd minimum aantal uren en een maximum aantal uren

  1. Werknemer en werkgever kunnen met elkaar een overeenkomst aangaan met een gegarandeerd minimum aantal uren en een maximum aantal uren.

  2. Het minimum aantal uren per jaar is tenminste 200. Het maximumaantal uren per jaar is niet meer dan het minimum aantal vermeerderd met 500. Met dien verstande dat het maximum aantal uren op jaarbasis niet meer mag zijn dan gemiddeld 38 uur per week.

  3. Bij een overeenkomst met een gegarandeerd minimum aantal uren is de werkgever verplicht om werk aan te bieden voor tenminste het overeengekomen minimum aantal uren. De werknemer dient beschikbaar te zijn voor het verrichten van werkzaamheden én is verplicht tot het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden voor tenminste het overeengekomen minimum aantal uren. Hierbij geldt dat dat bepaalde dagen en tijden in de overeenkomst moeten worden opgenomen, conform art. 7:628b BW.

  4. Indien tussen werkgever en werknemer een overeenkomst is afgesloten met een gegarandeerd minimum aantal uren per overeengekomen periode is de werkgever gehouden het aantal overeengekomen uren uit te betalen. Indien tussen werkgever en werknemer een maximum aantal uren per overeengekomen periode is overeengekomen kan de werkgever het aantal werkuren in een dergelijke periode niet zonder instemming van de werknemer overschrijden.

  5. Per dienst garandeert de werkgever de medewerker tenminste drie aaneengesloten arbeidsuren. Als een dienst korter is dan 3 uur, heeft de medewerker recht op salaris voor 3 uur.

  6. Voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd geldt, overeenkomstig art. 7:668a lid 1 BW, dat:

    1. deze elkaar gedurende maximaal 36 maanden kunnen opvolgen, wanneer eventuele tussenpozen maximaal zes maanden duren. Vanaf de dag dat de genoemde periode van 36 maanden wordt overschreden, de tussenpozen inbegrepen, geldt de laatste arbeidsovereenkomst vanaf die dag als aangegaan voor onbepaalde tijd;

    2. op de dag dat meer dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar opvolgen met tussenpozen van maximaal zes maanden, de laatste arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.

    Voor lopende ketens van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd waarvan de laatste overeenkomst is aangegaan voorafgaand aan 10 juni 2022 geldt  de overgangsregeling zoals opgenomen in art. 68 van deze cao.

13 Oproepovereenkomst in de vorm van een 0-uren contract

  1. Van een 0-urencontract is sprake indien het aantal uren waarop werknemer c.q. de oproepkracht werkzaam is, niet is vastgelegd en ook geen minimum aantal te werken uren is overeengekomen.

  2. Bij een oproepovereenkomst is de oproepkracht niet verplicht aan de oproep gehoor te geven. De werkgever is niet verplicht om werk aan te bieden. Per oproep garandeert de werkgever de oproepkracht ten minste drie aaneengesloten arbeidsuren zoals opgenomen in artikel 7:628a lid 1 BW.

  3. Als een oproepdienst korter is dan 3 uur, heeft de oproepkracht recht op salaris voor 3 uur.

  4. Voor 0-urencontracten voor bepaalde tijd geldt, overeenkomstig art. 7:668a lid 1 BW, dat:

    1. deze elkaar gedurende maximaal 36 maanden kunnen opvolgen, wanneer eventuele tussenpozen maximaal zes maanden duren. Vanaf de dag dat de genoemde periode van 36 maanden wordt overschreden, de tussenpozen inbegrepen, geldt de laatste arbeidsovereenkomst vanaf die dag als aangegaan voor onbepaalde tijd;

    2. op de dag dat meer dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar opvolgen met tussenpozen van maximaal zes maanden, de laatste arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.

    Voor lopende ketens van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd waarvan de laatste overeenkomst is aangegaan voorafgaand aan 10 juni 2022 geldt de overgangsregeling zoals opgenomen in art. 68 van deze cao

  5. In afwijking van het bepaalde in artikel 628 boek 7 BW heeft werknemer geen recht op het naar tijdruimte vastgestelde salaris indien werknemer de overeengekomen werkzaamheden niet heeft verricht. De Wet Loonbetaling bij ziekte blijft onverminderd van kracht.

  6. In afwijking van lid 3 geldt dat bestaande 0-urencontracten waarin het minimaal gegarandeerde aantal aaneengesloten arbeidsuren meer dan 3 bedraagt na inwerkingtreding van de cao maximaal 3 jaar van kracht blijven.

14 Jaarurensysteem

  1. De werkgever kan voor medewerkers een jaarurensysteem invoeren. Invoering van het jaarurensysteem heeft tot gevolg dat per kalenderjaar een arbeidsduur wordt overeengekomen, waarbij de spreiding van de tijdens het kalenderjaar te werken uren overeenkomstig lid 4 van dit artikel wordt vastgesteld. In iedere maand van het kalenderjaar ontvangt de betrokken werknemer een evenredig deel van het salaris, ongeacht het aantal gewerkte uren in die maand. De periode van afrekening als bedoeld in artikel 11 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is gelijk aan het kalenderjaar. Het is mogelijk om in afwijking van het bovenstaande te kiezen voor een jaarurensysteem op basis van 12 maanden, niet zijnde een kalenderjaar. De werkgever kan voor medewerkers een jaarurensysteem invoeren.

  2. De werkgever kan naar keuze de jaarurensystematiek inrichten op basis van netto uren of bruto uren. Bruto uren De jaarlijkse bruto arbeidsduur bij een volledig dienstverband is gelijk aan het aantal werkdagen in een (kalender)jaar vermenigvuldigd met 7,6 uren. Na vermindering van de jaarlijkse bruto arbeidsduur met verlof als bedoeld in hoofdstuk E van deze cao resteert de jaarlijkse netto arbeidsduur. Bij een deeltijd dienstverband wordt de jaarlijkse arbeidsduur berekend naar rato van de deeltijdfactor. Bij een dienstverband dat gedurende het (kalender)jaar aanvangt of eindigt wordt de jaarlijkse arbeidsduur naar rato vastgesteld door het aantal resterende volledige werkweken te vermenigvuldigen met de gemiddelde arbeidsduur van 38 uren per week. Het jaarlijks verlof als bedoeld in hoofdstuk E van deze cao, wordt, in overleg met werkgever, opgenomen in lopende (kalender)jaar. De verlofplanning wordt tijdig afgestemd en opgenomen in de roostering ten laste van de bruto overeengekomen uren per maand.

  3. De werkgever en de werknemer spannen zich ervoor in om een zodanige jaarlijkse netto arbeidsduur overeen te komen dat na het einde van het kalenderjaar geen verrekening hoeft plaats te vinden van plusuren of minuren.

  4. De werkgever en de werknemer maken ieder jaar afspraken over de spreiding van de jaarlijkse arbeidsduur in het daaropvolgende jaar, waarbij zij voor iedere maand een inschatting maken van het aantal te werken uren. De afspraken bedoeld in dit artikellid worden schriftelijk of elektronisch vastgelegd. Fluctuaties van meer dan 30% van de maandelijkse arbeidsomvang zijn alleen toegestaan wanneer werknemer en werkgever hier beiden toe akkoord zijn.

    De werkgever zorgt ervoor dat zowel de werkgever als de werknemer gedurende het (kalender)jaar waarin het jaarurensysteem wordt toegepast, inzage hebben in;

    1. de afspraken over het aantal overeengekomen uren per (kalender)jaar;

    2. de afspraken over de spreiding van de overeengekomen uren over het (kalender)jaar;

    3. het aantal feitelijk gewerkte uren, bijgewerkt tot het moment van raadpleging.

  5. Wanneer de feitelijke arbeidsomvang meer dan 20% afwijkt van het aantal afgesproken of vastgestelde aantal arbeidsuren per kwartaal, treden de werkgever en de werknemer in overleg om de spreiding van het aantal overeengekomen uren zodanig aan te passen dat aan het einde van het (kalender)jaar geen plusuren of minuren resteren. Deze aanpassing van de afspraken over de spreiding wordt schriftelijk of elektronisch vastgelegd.v5. Wanneer na afloop van het (kalender)jaar sprake is van plusuren, worden die plusuren vergoed in tijd of in geld, naar keuze van de werknemer.

    1. Bij de keuze voor vergoeding in geld vindt betaling uiterlijk plaats in februari van het volgende kalenderjaar of uiterlijk binnen 2 maanden na afloop van jaarurenovereenkomst die niet binnen een kalenderjaar valt.

    2. Bij een keuze voor vergoeding in tijd, neemt de werknemer de plusuren op vóór 1 april van het volgende kalenderjaar of binnen 3 maanden na afloop van jaarurenovereenkomst die niet binnen een kalenderjaar valt.

    3. Plusuren worden aangemerkt als overwerkuren in de zin van art. 25 tenzij gedurende het jaar afspraken zijn gemaakt over extra te werken uren (de zogenaamde meerwerkuren waarvoor geldt dat de werknemer daarmee moet instemmen) zonder dat daarvoor de overwerktoeslag geldt.

  6. In geval van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in art. 43 van deze cao behoudt de werknemer aanspraak op het in dat artikel genoemde salaris.

    1. Voor de vaststelling van het aantal te werken uren geldt dat de werknemer die arbeidsongeschikt is, geacht wordt het aantal uren te hebben gewerkt dat op grond van lid 4 of lid 5 van dit artikel is conform gemaakte afspraken.

    2. Wanneer de werknemer tijdens één kalendermaand zowel arbeidsongeschikt als arbeidsgeschikt is, is het aantal uren dat de werknemer geacht wordt te hebben gewerkt tijdens arbeidsongeschiktheid, gelijk aan het gemiddelde van het aantal uren dat op grond van lid 4 of lid 5 voor die maand is ingeschat of vastgesteld. Als gevolg van de arbeidsongeschiktheid lopen werknemers géén plus of min-uren op. In geval de arbeidsongeschiktheid voortduurt na afloop van het rooster/kalenderjaar geldt dat dat het gemiddeld aantal uren conform de omvang van de arbeidsovereenkomst het uitgangspunt is bij de telling van de (fictief) gewerkte uren.

    3. Wanneer de arbeidsongeschiktheid voortduurt na het einde van het (kalender)jaar, geldt vanaf dat moment de gemiddelde arbeidsduur per maand. Die gemiddelde arbeidsduur is gelijk aan het totaal aantal uren waarover in het voorafgaande (kalender)jaarsalaris is betaald gedeeld door 12 maanden. Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdens het (kalender)jaar waarin het jaarurensysteem wordt toegepast, geldt het gemiddeld aantal uren per maand als de overeengekomen arbeidsduur.


    1. Indien de werknemer feitelijk minder uren heeft gewerkt dan de gemiddeld overeengekomen arbeidsduur per maand zoals in lid 1 genoemd, stelt de werkgever de werknemer zoveel mogelijk in de gelegenheid het aantal te weinig gewerkte uren in te halen tijdens de opzegtermijn.

    2. Indien de werknemer feitelijk meer uren heeft gewerkt dan de gemiddeld overeengekomen arbeidsduur per maand zoals hiervoor genoemd, stelt de werkgever de werknemer zoveel mogelijk in de gelegenheid het aantal te veel gewerkte uren als vrije tijd op te nemen tijdens de opzegtermijn.

    3. Wanneer bij het einde van de arbeidsovereenkomst minder uren zijn gewerkt dan de gemiddeld overeengekomen arbeidsduur per maand, is de werkgever bevoegd deze uren te verrekenen met de eindafrekening tot ten hoogste 1/12 van de jaarlijkse netto arbeidsduur, met inachtneming van de wettelijke bepalingen.

    4. Wanneer bij het einde van de arbeidsovereenkomst meer uren zijn gewerkt dan de gemiddeld overeengekomen arbeidsduur per maand, worden deze uren bij de eindafrekening uitbetaald tegen 100% van het overeengekomen loon per uur.

15 Proeftijd

  1. Voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd gelden de eerste 2 maanden van de arbeidsovereenkomst als proeftijd. Voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met een duur korter dan zes maanden geldt geen proeftijd. Voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met een duur langer dan zes maanden, maar korter dan twee jaar of arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd waarvan het einde niet op een kalenderdatum is gesteld, geldt maximaal een proeftijd van één maand.
    Voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met een duur van 2 jaar of meer gelden de eerste 2 maanden als proeftijd. Indien een arbeidsovereenkomst verlengd wordt, geldt geen proeftijd.

  2. Gedurende de proeftijd heeft ieder van partijen het recht de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen.

16 Beëindiging overeenkomst

  1. De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd eindigt door:

    1. beëindiging met wederzijds goedvinden;

    2. eenzijdige opzegging door een van de partijen met inachtneming van de wettelijke bepalingen zoals beschreven in titel 7.10 BW;

    3. ontbinding door de rechter op verzoek van een van partijen zoals beschreven in titel 7.10 BW;

    4. eenzijdige opzegging door werkgever na een ziekteperiode van werknemer van 24 maanden of langer, met inachtneming van de wettelijke regelgeving zoals beschreven in titel 7.10 BW;

    5. het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd door werknemer;

    6. het overlijden van werknemer.

  2. De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege door het verstrijken van de bepaalde tijd.

  3. De werkgever informeert de werknemer schriftelijk uiterlijk een maand voordat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst en, in dat geval, de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. Deze verplichting geldt niet als de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een periode korter dan 6 maanden.

  4. Wanneer werkgever niet voldoet aan diens verplichting op basis van lid 5, is die verplicht om aan werknemer een vergoeding te betalen. De hoogte van deze vergoeding is gelijk aan een maandsalaris. Indien de mededeling te laat is gedaan, dan wordt de vergoeding naar rato verminderd.

  5. Wanneer de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet wordt voortgezet, informeert de werkgever de werknemer schriftelijk over de redenen van de beëindiging.

  6. De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is ook tussentijds opzegbaar door ieder van partijen met inachtneming van de voor opzegging geldende bepalingen in de cao (artikel 17).

17 Opzegging

  1. Indien voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst opzegging noodzakelijk is, geldt voor werknemer en werkgever een opzegtermijn van 2 maanden. In onderling overleg kunnen werkgever en werknemer een andere opzegtermijn overeenkomen, waarbij tenminste 1 maand in acht wordt genomen. Dit in afwijking van artikel 7:672 BW.

  2. Voor overeenkomsten met een duur van een jaar of minder geldt een opzegtermijn van 1 maand.

  3. Indien het dienstverband 5 jaar of meer heeft geduurd, maar korter dan 10 jaar, zal ongeacht een eventuele overeengekomen kortere opzegtermijn in geval van opzegging door werkgever en werknemer een opzegtermijn van 2 maanden in acht worden genomen. Indien het dienstverband 10 jaar of langer heeft geduurd, zal door werkgever en werknemer in geval van opzegging een opzegtermijn van 3 maanden in acht worden genomen.

  4. Opzegging dient steeds schriftelijk te geschieden per e-mail of brief aan de andere partij. Opzegging geschiedt tegen het einde van de maand met inachtneming van de in de cao geregelde opzegtermijn.

 

Vorig hoofdstuk