/

Salaris, Toeslagen en Vergoedingen

No headings found on page

Salaris, Toeslagen en Vergoedingen

Salarisschalen, periodieken, onkostenvergoedingen en reiskosten.

29 Functieniveaus en salarisgebouw; toepassing van de salarisschalen

Functiegebouw

  1. Werkgever deelt werknemer in op grond van de door hem uitgeoefende functie in één van de functieniveaus volgens defunctie-indeling van de cao en de daarbij passende arbeidsvoorwaarden (zie bijlage 7 van de cao).

    1. Werkgever bepaalt welke beschrijving uit het functiegebouw (te weten functie- inhoud, kennis en kunde, complexiteit, analytisch vermogen, zelfstandigheid, afbreukrisico, leidinggeven, contactvaardigheden, fysieke belasting en onregelmatigheid) het meest overeenkomt met de door de betrokken werknemer te verrichten taken en te dragen verantwoordelijkheden. De functie uit de functiematrix in bijlage 5 wordt gebruikt als referentiefunctievoor de indeling van de functie in het loon- en functiegebouw van werkgever. De daadwerkelijk te verrichtentaken en verantwoordelijkheden worden gewogen aan de hand van de criteria beschreven in bijlage 6, met alsuitkomst het functieniveau passend bij de taken en verantwoordelijkheden.

    2. Functiebenaming in de cao en de binnen de eigen onderneming gebruikte functiebenaming kunnen van elkaar afwijken. De functiebeschrijving is bepalend voor het toe te kennen niveau, niet de functiebenaming.

    3. Een podium is een zeer groot podium indien:

      1. het bezoekersaantal hoger dan 250.000 per jaar is; en

      2. het podium tenminste 500 programma-activiteiten per jaar heeft; en

      3. het podium een omzet van tenminste € 8.000.000 per jaar heeft.

    4. Een podium is een groot podium indien:

      1. het bezoekersaantal hoger dan 100.000 per jaar is; en

      2. het podium tenminste 250 programma-activiteiten per jaar heeft; en

      3. het podium een omzet van tenminste € 3.000.000 per jaar heeft.

Combinatie van functies

  1. Indien de functie van werknemer een combinatie vormt van twee of zelfs meer in het functiegebouw beschreven functies,is er sprake van een combinatiefunctie. Indien sprake is van een combinatie van functies ontvangt werknemer eenarbeidsovereenkomst, waarin elk van de functies, de omvang en de salarisschaal daarvan afzonderlijk naar evenredigheid inpercentages worden aangegeven. Indien in geval van een combinatie van functies één van de functies meer dan 80% vande totale functieomvang beslaat, kan worden volstaan met indeling in deze functie.

Bezwaar

  1. Werknemer die het niet eens is met diens individuele functie-indeling kan met de in de cao vastgestelde procedure Bezwaar en beroep functie-indeling (bijlage 8) bezwaar aantekenen bij de werkgever.

Salarisschalen

  1. Bij elk functieniveau behoort een salarisschaal gebaseerd op functiejaren. De schalen zijn opgenomen in bijlage 9 van de cao. De schalen vormen samen het salarisgebouw. Werknemer wordt beloond volgens het salarisgebouw.

  2. Het salarisgebouw bestaat uit twee keer 8 salarisschalen in verband met de mogelijkheid jaarlijks of driejaarlijks periodieken toe te kennen. Elke salarisschaal kent een minimum en een maximum salarisbedrag. Elke salarisschaal bevat een aantaltreden, met corresponderende salarisbedragen. Het verschil tussen twee treden is een periodiek. De salarisschalen 1 en 2 kennen leeftijdsspecifieke periodieken. Deze periodieken gelden voor werknemers van 17, 18, 19 en 20 jaar.

Periodieken

  1. Werknemer heeft recht op een periodieke salarisverhoging. Werkgever heeft de keuze uit een jaarlijkse periodiekeverhoging van 2% of een periodieke verhoging van 6% per drie jaar (zie salaristabel). De keuze geldt voor alle werknemers van de werkgever. Verandering van de systematiek (jaarlijks of driejaarlijks) kan alleen met instemming van de medezeggenschap, of algemene personeelsvergadering.

    In het salarisgebouw zijn de schalen met de jaarlijkse en de driejaarlijkse periodieken separaat opgenomen (bijlage 9).

    De periodieke verhoging wordt toegekend op 1 januari of op de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer in dienst tradof op de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer werd bevorderd naar een hogere functie. In de individuele arbeidsovereenkomst wordt vermeld welke van deze mogelijkheden van toepassing is.

    Bij aantoonbaar onvoldoende functioneren kan werkgever aan de hand van een beoordeling besluiten een periodieke verhoging niet toe te kennen. Dit besluit wordt de werknemer schriftelijk meegedeeld. Voorwaarde daarbij is dat werkgever beschikt over een beoordelingssysteem waarmee de medezeggenschap, of algemene personeelsvergadering heeft ingestemd. Eenbezwaarprocedure dient onderdeel te zijn van het beoordelingssysteem. Uiterlijk 6 maanden nadat per brief schriftelijk de negatieve beoordeling is medegedeeld, heeft werknemer recht op een nieuwe beoordeling. Indien in een nieuwe beoordeling blijkt dat werknemer inmiddels voldoende functioneert, wordt vanaf het moment van de tweede beoordeling de periodiek toegekend.

Salarisbetaling

  1. Werknemer dient uiterlijk twee dagen voor het einde van de maand over diens feitelijk salaris te kunnen beschikken. Werknemer dient uiterlijk in de maand volgend op het ontstaan van een aanspraak op een incidentele toeslag over deze toeslag te kunnen beschikken. De gewerkte uren van oproepkrachten en oproepkrachten met een contract zoals beschreven in artikel 12 van de cao, worden in de maand daarop volgend, binnen twee weken, uitbetaald.

  2. Bestaande regelingen ten aanzien van uitbetaling aan werknemers met een contract met een minimum en een maximum aantal uren worden gerespecteerd.
    Met instemming van de medezeggenschap, of algemene personeelsvergadering kan daarvan worden afgeweken ten gunste van deuitbetalingswijze zoals hiervoor beschreven.

  3. Wijzigingen van het salaris ten gevolge van veranderingen in de omvang van het dienstverband en/of andere wijzigingen in de arbeidsovereenkomst gaan in op de dag waarop de veranderingen plaatsvinden.

  4. Maandelijks ontvangt werknemer een specificatie. Na elk kalenderjaar ontvangt werknemer een jaaropgave van het doorhem genoten feitelijk salaris waarin tevens is aangegeven welke bedragen zijn ingehouden aan loonbelasting, premiessociale verzekeringswetten (en aan pensioenpremies).

  5. Directeuren van leden van de WNPF vallen niet onder de cao. Richtlijnen inzake beloning van directeuren zijn opgenomen in bijlage 10.

  6. Geen salaris is verschuldigd over de tijd gedurende welke werknemer in strijd met diens verplichtingen opzettelijk nalaat zijnwerkzaamheden te verrichten. Indien dit leidt tot inhouding van het salaris wordt dit werknemer vooraf schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld.

30 Tijdelijke waarneming

  1. Werknemer die tijdelijk een functie waarneemt, die hoger is ingedeeld dan de eigen functie, blijft ingedeeld in het functieniveau en de salarisschaal die met diens eigen functie overeenkomen. Als de tijdelijke waarneming een volledigevervanging betreft, zowel naar omvang als naar inhoud, en tenminste een maand geduurd heeft, ontvangt werknemer een toeslag. Deze toeslag is gelijk aan het verschil tussen het schaalsalaris van werknemer en het schaalsalaris dat die zou ontvangen als die zou zijn bevorderd naar de waargenomen functie. Bij gedeeltelijke vervanging is de toeslag naar rato.

  2. Deze toeslag wordt niet toegekend aan werknemer:

    1. als bij de indeling van de functie het eventueel waarnemen van een hogere functie reeds expliciet is omschreven en onderdeel uitmaakt van de waardering van de functie;

    2. als werknemer een persoonlijke toeslag geniet omdat die in functie is teruggetreden. Indien de toeslag voor de waarneming groter is dan de toeslag voor het terugtreden, zal de daadwerkelijke toeslag het verschil zijn tussen de toeslag voor het waarnemen en de toeslag voor het terugtreden. 

31 Vakantietoeslag

  1. Het vakantietoeslagjaar loopt van 1 juni tot en met 31 mei van het erop volgende jaar. Werknemer heeft tijdens het dienstverband met werkgever aanspraak op een vakantietoeslag van 8% van diens feitelijk salaris over hetvakantietoeslagjaar.

  2. Uiterlijk bij de salarisbetaling in de maand juni wordt de in het voorafgaande vakantietoeslagjaar opgebouwde vakantietoeslag aan werknemer uitbetaald.

32 Nachttoeslag

  1. Er geldt een nachttoeslag van €3,00 per uur voor werkzaamheden uitgevoerd tussen 01:00 uur en 08:00 uur. De werknemer heeft recht op deze toeslag wanneer er minimaal één heel uur binnen dit tijdvak gewerkt is. Vanaf 1 januari 2027 zal deze toeslag worden geindexeerd met hetzelfde percentage dat geldt voor de salaristabellen.

  2. Werkgever en werknemer behouden de mogelijkheid om in onderling overleg aanvullende afspraken te maken over de vergoeding van nachtwerk. Deze afspraken kunnen inhouden dat de nachttoeslag in tijd wordt gecompenseerd in plaats van in financiële vorm.

  3. Indien er reeds bestaande afspraken zijn die gunstiger zijn voor de werknemer dan de bovengenoemde regeling, blijven deze van kracht.

33 Verblijfkosten en overige kosten

  1. Indien werknemer werkzaamheden buiten de feitelijke vestigingsplaats verricht, is werknemer gerechtigd na toestemming van werkgever kosten van drankjes en maaltijden onderweg te declareren.

  2. Vergoeding van de gemaakte kosten geschiedt tegen overlegging van een deugdelijke rekening.

  3. De werknemer heeft bij een evenement gebonden dienst, of als het werk niet op een ander moment te plannen is, waardoor thuis eten niet mogelijk is, recht op een maaltijdvergoeding of -verstrekking:

    1. wanneer  de duur van de dienst minimaal 4 uur bedraagt en de tijd gelegen tussen 18.00 en 20:00 uur geheel in de dienst valt, of indien de aaneengesloten arbeidstijd 9 uur of langer is;

    2. voorkeursverstrekking geschiedt via de keuken van werkgever, mits daartoe afdoende faciliteiten beschikbaar zijn. -

    3. indien voorkeursverstrekking, zoals bedoeld in lid b. niet mogelijk is, worden de door werknemer werkelijk gemaakte kosten van een maaltijd vergoed tot maximaal € 15,00 (inclusief bezorgkosten).

  4. Werknemer heeft bij een evenement gebonden dienst recht op een gezond tussendoortje (bijvoorbeeld een broodje) indien het middernachtelijk uur (24.00) binnen de dienst valt en de duur van de dienst minimaal 6 uur is.

  5. Overige door werknemer te maken kosten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van diens functie en diedoor of vanwege werkgever zijn geaccordeerd en die krachtens de fiscale regelgeving op declaratiebasis kunnen worden vergoed, zullen worden vergoed tegen overlegging van een behoorlijke rekening, betalingsbewijs of andere bescheiden onder vermelding van BTW.

34 Dienstreizen

  1. Reiskosten gemaakt door werknemer in opdracht van de leidinggevende, of van een door deze aangewezen functionaris,worden vergoed op basis van de kosten voor openbaar vervoer tweede klasse. Met toestemming van de leidinggevende kangebruik worden gemaakt van de eigen auto, waarbij € 0,23 per kilometer vergoeding wordt gegeven. Voor deze kosten moet een declaratie worden ingediend.

  2. Reistijd in het kader van de uitoefening van de functie wordt beschouwd als arbeidstijd.

  3. Het in dit artikel bepaalde geldt voor reizen binnen Nederland. Voor reizen naar en in het buitenland maakt werkgever met werknemer afzonderlijke afspraken.

35 Reizen gedurende de nachturen woon- werkverkeer

  1. De werknemer moet na het werk veilig naar huis kunnen reizen, ook gedurende de nachtelijke uren. Wanneer verwacht wordt dat dit lopend of op de fiets niet mogelijk is, ligt het voor de hand dat de werkgever hiervoor verantwoordelijkheid neemt. In dat geval treedt werkgever hierover in overleg met de medezeggenschap van de organisatie om tot concrete en passende afspraken te komen en maakt hiervoor een plaatselijke regeling. Wanneer er in de nacht geen passend openbaar vervoer beschikbaar is en de werknemer daardoor is aangewezen op eigen vervoer of een taxi, bespreken werkgever en werknemer samen de mogelijke extra reiskosten en eventuele veiligheidsrisico’s. Op basis van redelijkheid en billijkheid wordt gezocht naar een passende oplossing, afgestemd op de persoonlijke situatie van de werknemer. De werkgever houdt rekening met een gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming in de extra kosten die dit met zich mee kan brengen en stemt dit af met de medezeggenschap. Daarbij worden maatwerkoplossingen actief overwogen om veilig nachtelijk reizen zo goed mogelijk te waarborgen.

36 Tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer

  1. Voor reiskosten van woon- en werkverkeer geldt de volgende regeling: 

    1. De werknemer die op 10 kilometer of verder enkele reisafstand van huis werkt, ontvangt over gewerkte dagen een tegemoetkoming voor de gemaakte reiskosten voor het woon-werkverkeer. De tegemoetkoming is begrensd op 25 kilometer voor een enkele reis. De vergoeding is gelijk aan de maximale onbelaste reiskostenvergoeding: voor 2024 is dit € 0,23 per kilometer.

    2. Wanneer voor woon- en werkverkeer de enkele reis groter of gelijk is aan 9 km en een werknemer gebruikmaakt van openbaar vervoer, worden alle kosten vergoed voor 2e klasse en geldt dus geen begrenzing op afstand. Hierbij wordt gekozen voor het meest passende en kostenefficiënte reistraject.

  2. De werkgever zal in overleg met de medezeggenschap komen tot een fietsplan ter ondersteuning van werknemers die kiezen voor de fiets als vervoermiddel.

  3. Indien er reeds afspraken zijn die gunstiger zijn voor de werknemer dan de bovengenoemde regeling, blijven deze van toepassing.

37 Thuiswerkvergoeding

  1. Werkgever vergoedt de meerkosten voor werknemers die thuiswerken. De vergoeding is  gelijk aan de maximale onbelaste thuiswerkvergoeding: voor 2025 is dit €2,40 per dag.    

  2. Werkgever en werknemer stemmen met elkaar af wanneer wanneer de werknemer thuis werkt.. Voor de dagen dat een werknemer thuis werkt ontvangt de werknemer een vergoeding conform lid 1.

  3. Kosten voor ergonomische en digitale middelen, zoals een laptop of bureaustoel, kunnen in overleg tussen werkgever en werknemer door werkgever (deels) vergoed worden. De werkgever bepaalt afhankelijk van de hoogte van de thuiswerkgraad en het eventuele parttimepercentage hoe hoog deze vergoeding is.

  4. Werkgever en werknemer leggen samen vast van wie eventuele aangeschafte zaken zijn en of er al dan niet een afbetaalregeling geldt wanneer een werknemer voortijdig uit dienst treedt. Voor de vergoeding van alle genoemde kosten moet een declaratie worden ingediend.

38 Woonplaats en vergoeding verhuiskosten

  1. Werkgever kan bepalen dat werknemer binnen een straal van 10 kilometer van de arbeidsplaats dient te wonenindien het specifieke karakter van de functie dat volgens werkgever wenselijk maakt en/of indien werknemer een functie heeft waarin opgetreden moet worden in geval van calamiteiten. Werkgever dient dit kenbaar te maken bij de openstelling van de functie.

  2. Indien werknemer, om aan deze voorwaarde te voldoen, moet verhuizen zal werkgever aan werknemer een bruto maandsalaris betalen tot het maximaal fiscaal toegestane bedrag van € 7.750,- (Vereisten voor (maximale) belastingaftrek verhuiskosten zijn: dewerknemer moet op zakelijke gronden verhuizen. Van een zakelijke verhuizing is sprake als: de werknemer binnen 2 jaar na het aanvaarden van een dienstbetrekking verhuist; de werknemer binnen een straal van 10 kilometer van diens werk gaat wonen; de werknemer de reisafstand met 50% gaat verminderen (en tenminste met 10 kilometer). Als niet aan genoemde voorwaarden wordt voldaan kan men de zakelijkheid met de Belastingdienst afstemmen.). Daarnaast kunnen de kosten van het overbrengen van de boedel vergoed worden. Tot aan het moment van verhuizen zal werkgever de reiskosten voor woon-werkverkeer vergoeden op basis van openbaar vervoer tweedeklasse. Op tijden en in situaties dat werknemer geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer vergoedt werkgever de autokosten voor een bedrag van € 0,19 per kilometer.

  3. De eventuele verhuizing dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, doch uiterlijk binnen 2 jaar na datum van indiensttreding, bij gebreke waarvan de eventueel overeengekomen reiskostenvergoeding woon-werkverkeer komt te vervallen en geen tegemoetkoming in de verhuiskosten wordt verstrekt.

  4. Indien werknemer binnen een periode van 12 maanden na ontvangst van de verhuiskostenvergoeding op eigen initiatiefhet dienstverband met werkgever beëindigt, dient 75% van de ontvangen vergoeding aan werkgever terugbetaald te worden.

  5. Indien werknemer het dienstverband op eigen initiatief binnen een periode van 12 - 24 maanden na ontvangst van de verhuiskostenvergoeding beëindigt, dient 50% van de ontvangen vergoeding terugbetaald te worden. 

39 Opleidingen, studieverlof en studiekostenregeling

  1. Werkgever kan werknemer voorschrijven deel te nemen aan functie en inzetbaarheid (employability) gerelateerdeopleidingsactiviteiten, indien deze redelijkerwijs en rekening houdend met diens persoonlijkheid en omstandigheden kunnen worden opgedragen. Werknemer heeft in geval van voorgeschreven opleidingsactiviteiten recht op studieverlof met behoud van salaris. Werkgever vergoedt volledig de kosten van opleidingen die werkgever in het belang van defunctie noodzakelijk acht. Daarnaast komen in aanmerking de kosten voor examengelden en de reis- enverblijfskosten op basis van openbaar vervoer tweede klasse. De omvang van een opleidingsdag is gedefinieerd in artikel 18.2.

  2. Werkgever kan in overleg met werknemer (een deel van) de kosten vergoeden als dit in het belang is van deloopbaanontwikkeling van werknemer. In overleg kan de verdeling tussen studie- en werktijd bepaald worden. Voor zover deze opleiding meer uren in beslag neemt dan het saldo van het aantal verlofuren in enig kalenderjaar, kan werkgever (op verzoek van werknemer) besluiten werknemer extra verlofrechten toe te kennen.

  3. Werknemer zal 100% van de uitbetaalde vergoeding voor onder lid 2 genoemde studiekosten aan werkgever terugbetalen indien werknemer het dienstverband binnen 1 jaar na beëindiging van de opleiding op eigen initiatief opzegt en50% indien werknemer tussen het eerste en het tweede jaar na beëindiging van de opleiding het bedrijf op eigen initiatief verlaat. Dit geldt alleen voor niet verplichte opleidingen. Als peildatum wordt van de laatste dag van hetdienstverband uitgegaan.

    Bij tussentijdse beëindiging van een studie zonder toestemming van werkgever, is werknemer verplicht om alle door werkgever betaalde studiekosten terug te betalen.

40 Beëindiging van vergoedingen

  1. Indien werknemer wegens ziekte, non-activiteit of enige andere reden gedurende een maand of langer aaneengesloten geen arbeid verricht, kan werknemer geen aanspraak maken op functie gerelateerde onkostenvergoedingen en op het voortgezet gebruik van een bedrijfsauto. Hierbij kunnen vaste langer lopende verplichtingen aan derden niet ten laste van werknemer komen.

  2. Indien werknemer een andere functie binnen de onderneming gaat vervullen, wordt bezien of en in hoeverre de genoemdevergoedingen en de terbeschikkingstelling van de bedrijfsauto van toepassing zijn in de nieuwe functie. Indien dit niet of slechts gedeeltelijk het geval is, vervalt de vergoeding geheel of gedeeltelijk, dan wel dient de bedrijfsauto te worden geretourneerd aan werkgever.




Volgend hoofdstuk