/

Arbeid­s­­­ongeschiktheid

No headings found on page

Arbeid­s­­­ongeschiktheid

Arbeidsongeschiktheid en re-integratie

49 Arbeidsongeschiktheid

  1. Onder arbeidsongeschiktheid wordt verstaan het ongeschikt zijn tot werken in de eigen functie ten gevolge vanziekte, ongeval, gebrek, zwangerschap en/of bevalling. .

  2. Als eerste dag van de arbeidsongeschiktheid wordt beschouwd de dag waarop het werken tijdens de dienst is gestaakt, dan wel de eerste dag waarop werknemer ingeplande werkzaamheden niet verricht. Indien de arbeidsongeschiktheid zich voordoet op een dag waarop een vakantie- of verlofdag is opgenomen, geldt deze dag als de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid.

  3. In geval van arbeidsongeschiktheid dient werknemer hiervan werkgever ten spoedigste op de hoogte te stellen. Zodra het tijdstip bekend is waarop hervatting van de werkzaamheden mogelijk is, dient die werkgever daarvanin kennis te stellen.

  4. Bij arbeidsongeschiktheid:

    1. zal aan werknemer gedurende de eerste 12 maanden van de wettelijke periode zoals genoemd in artikel 7:629 BW 70% van het feitelijk maandsalaris, tot maximaal het voor werknemer geldende dagloon inzake de Wet financiering sociale verzekeringen, worden doorbetaald. Gedurende deze periode ontvangt werknemerbovenop de wettelijke loondoorbetaling een aanvulling tot 100% van het feitelijk maandsalaris.

    2. van de werknemer met een arbeidsovereenkomst met een gegarandeerd minimum aantal uren en een maximum aantal uren (artikel 12) dient werkgever de eerste 12 maanden te betalen: 100% van het feitelijk salaris over de uren die werknemer gemiddeld heeft gewerkt gedurende de 6 maanden voorafgaand aande eerste ziektedag. De daaropvolgende ziekteperiode van 12 maanden is dat 70% van het feitelijk salaris over de uren die werknemer gemiddeld heeft gewerkt gedurende de 6 maanden voorafgaand aan de eerste ziektedag. De loondoorbetalingsverplichting eindigt als de (tijdelijke) overeenkomst afloopt.

    3. van de werknemer met een 0-urencontract (artikel 13) dient werkgever het naar tijdruimte vastgesteldeloon te betalen. Indien werknemer niet (meer) is ingeroosterd, heeft werknemer recht op het loon van uren die werknemer gemiddeld heeft gewerkt gedurende de 6 maanden voorafgaand aan de eerste ziektedag.

      Werkgever dient de eerste 12 maanden te betalen: 100% van het feitelijk salaris over de uren die werknemer gemiddeld heeft gewerkt gedurende de 6 maanden voorafgaand aan de eerste ziektedag. De daaropvolgende ziekteperiode van 12 maanden is dat 70% van hetfeitelijk salaris over de uren die werknemer gemiddeld heeft gewerkt gedurende de 6 maanden voorafgaand aan de eerste ziektedag.

      De loondoorbetalingsverplichting eindigt als de (tijdelijke) overeenkomst afloopt.

    4. op het moment dat werknemer, in samenspraak met een bedrijfsarts en de leidinggevende, re-integreert, wordt 100% van het feitelijk salaris betaald over de werkelijke uren besteed aan re-integratie.

  5. Gedurende de 13e t/m de 24e maand van de wettelijke periode, zoals genoemd in artikel 7:629 BW, zal aan werknemer 70% van het feitelijk maandsalaris, tot maximaal het voor werknemer geldende dagloon op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv), worden doorbetaald.

    Gedurende deze periode ontvangt werknemer tenminste het voor hem geldende minimumloon. In het geval van combinatiefuncties wordt deze regeling in evenredigheid toegepast, dat wil zeggen op dat deel van de functie waarin de arbeidsongeschiktheid zich voordoet.

  6. Bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid als bedoeld in art. 4 Wet WIA tijdens de arbeidsovereenkomst zalmet terugwerkende kracht het in de 13e t/m de 24e maand van arbeidsongeschiktheid doorbetaalde salaris en/of de arbeidsongeschiktheidsuitkering worden aangevuld tot 100% van het salaris.

  7. Indien de arbeidsongeschiktheid veroorzaakt is door het bij werkgever uitgeoefende beroep, eventueel vast te stellendoor het Centrum voor Beroepsziekten, zal gedurende de eerste 24 maanden van de arbeidsongeschiktheid 100% salaris worden doorbetaald, eventueel met terugwerkende kracht.

  8. Voor de bepaling van het tijdvak van 104 weken arbeidsongeschiktheid zullen perioden van ziekte die elkaar meteen onderbreking van minder dan 4 weken opvolgen, worden samengeteld.

  9. Werknemer zal in geval van gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid de door of namens werkgever schriftelijk opgestelde richtlijnen in acht nemen.

  10. Werkgever is gerechtigd de salarisdoorbetaling op te schorten gedurende de periode dat werknemer zich niet houdt aan de door werkgever schriftelijk gegeven voorschriften met betrekking tot het verstrekken van inlichtingen die werkgever nodig heeft om het recht op salaris te kunnen vaststellen. In dat geval is werkgever gerechtigd overde periode waarin de richtlijnen niet zijn nageleefd:

    1. 70% van het feitelijk salaris te betalen en ten minste het voor werknemer toepasselijke minimumloon;

    2. 70% van het maximumdagloon voor zover het feitelijk salaris van werknemer meer bedraagt dan het maximumdagloon bedoeld in artikel 17 Wet financiering sociale verzekeringen.

  11. Werkgever is niet tot doorbetaling van salaris gehouden:

    1. indien de ziekte door opzet van werknemer is veroorzaakt;

    2. indien de ziekte het gevolg is van een gebrek waarover werknemer bij de aanstelling onjuiste informatie heeftverstrekt en daardoor de toetsing aan de voor de functie opgestelde belastbaarheidseisen niet juist kon worden uitgevoerd;

    3. voor de tijd dat door toedoen van werknemer de genezing wordt belemmerd of vertraagd;

    4. voor de tijd dat werknemer hoewel die daartoe volgens oordeel van de bedrijfsarts in staat is, zonder deugdelijke grond passende arbeid bij werkgever of een derde niet verricht;

    5. voor de tijd dat werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:658a lid 3 BW;

    6. voor de tijd dat werknemer zonder deugdelijke grond de WIA-aanvraag later indient dan in dat artikel 64 Wet WIA is voorgeschreven.

  12. Het door werkgever te betalen salaris wordt verminderd met:

    1. het bedrag dat werknemer toekomt op grond van de Ziektewet of enig andere wettelijk voorgeschreven verzekering, of enige verzekering die voortvloeit uit het dienstverband;

    2. het bedrag van de inkomsten die werknemer verdient, in verband met het verrichten van werkzaamheden voor derden, met toestemming van de werkgever en de bedrijfsarts, in het kader van interne of externe (re-)integratie.

    Inkomsten uit reeds bestaande werkzaamheden voor derden ten tijde van de arbeidsongeschiktheid vallen hier niet onder.

    Indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een derde die daarvoor aansprakelijk kan worden gehouden, zal werknemer werkgever hiervan zo spoedig mogelijk in kennis stellen en alle medewerking verlenen, teneinde werkgever in staat te stellen de kosten vandoorbetaling van salaris op deze derde te verhalen.

50 Re-integratie

  1. Werkgever verplicht zich tot inspanningen die kunnen leiden tot een succesvolle re-integratie van arbeidsongeschikte werknemer. Instrumenten die ingezet kunnen worden zijn onder meer: werken op therapeutische basis, aanpassing van werk en/of werkplek, trainingen, verandering van functie eventueel metaanvullende scholing.

  2. Werknemer verplicht zich om naar vermogen mee te werken aan re-integratieactiviteiten.

  3. Tijdens arbeidsongeschiktheid heeft werknemer recht om vakantie op te nemen, waardoor die tijdelijk is vrijgesteld van de verplichting tot het meewerken aan re- integratieactiviteiten. Dit kan alleen in goed overleg met werkgever en/of bedrijfsarts.

51 Post-contractuele verplichtingen van werknemer in geval van ziekte na eindedienstverband

  1. Mede in verband met de financiële gevolgen voor werkgever van de wet BeZaVa is werknemer gehouden omindien die ziek uit dienst gaat of binnen een periode van vier weken na einde dienstverband ziek wordt hetnavolgende jegens werkgever na te komen voor zolang als die ziekte of arbeidsongeschiktheid (geheel of gedeeltelijk) duurt, waarbij een onderbreking van vier weken of minder als een aaneengesloten periode van ziekte/arbeidsongeschiktheid wordt beschouwd:

    1. werknemer geeft ziekmelding(en) en herstelmelding(en) direct door aan werkgever;

    2. werknemer vraagt elke vier maanden een herkeuring aan bij het UWV en werkt daar onvoorwaardelijk aan mee teneinde te laten beoordelen of de ziekte al dan niet voortduurt, alsmede werkt die mee aan een herkeuring indien werkgever dit wenselijk acht;

    3. werknemer stelt werkgever direct op de hoogte van de uitslag(en) van een keuring;

    4. werknemer licht werkgever maandelijks in omtrent diens re-integratie inspanningen en pogingen;

    5. werknemer licht werkgever direct in indien die arbeid verricht;

    6. werknemer houdt zich stipt aan alle regelgeving met betrekking tot diens ziekte, waaronder de ZW, de WIA, alsmede de regels die hem door het UWV worden opgelegd; en

    7. werknemer zal alle inspanningen verrichten die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden teneinde zosnel mogelijk volledig arbeidsgeschikt te geraken. 

Vorig hoofdstuk