Duurzame inzetbaarheid
Leeftijdsbewust personeelsbeleid, Vervroegde uittreding, Nachtdiensten, Sabbatical
56 Leeftijdsbewust personeelsbeleid
Werkgever stelt in overleg met de medezeggenschap, of algemene personeelsvergadering een leeftijdsbewust personeelsbeleid vast dat gericht is op een duurzame inzetbaarheid van de werknemer. Het personeelsbeleid omtrentduurzame inzetbaarheid kenmerkt zich door zoveel mogelijk rekening te houden met de specifieke omstandigheden en wensen van werknemer in de verschillende fasen van diens leven en loopbaan. Duurzame inzetbaarheid richtzich op werknemers van alle leeftijden.
Zolang er geen leeftijdsbewust personeelsbestand tot stand is gekomen, hanteert werkgever de richtlijn dat werknemers van 45 jaar en ouder naar rato van de omvang van het dienstverband recht hebben op leeftijdsdagen:
46 t/m 49 jaar: | 1 dag (7,6 uren); |
50 t/m 54 jaar: | 2 dagen (15,2 uren); |
55 t/m 59 jaar: | 3 dagen (22,8 uren); |
60 t/m 64 jaar: | 4 dagen (30,4 uren); |
65 jaar en ouder: | 5 dagen (38 uren). |
Het recht op leeftijdsdagen ontstaat in het vakantiejaar, waarin werknemer de betreffende leeftijd bereikt.
57 80-90-100%-regeling
De werknemer met een dienstverband van méér dan 80% fte (zijnde niet gelijk aan of niet minder dan 80%fte) maakt aanspraak op deze regeling. De werknemer kan ervoor kiezen om diens inzetbaarheid te verlagen naar 80% van de omvang van het dienstverband, tegen 90% van het van toepassing zijnde salaris en met behoud van 100% van de pensioenopbouw.
De werknemer met een dienstverband van méér dan 80% fte heeft de mogelijkheid om gebruik te makenvan deze regeling onder de volgende voorwaarden:
werknemer heeft een leeftijd van 60 jaar of ouder;
werknemer heeft een arbeidsverleden van tenminste vijf jaar bij werkgever;
de eenmaal genomen keuze voor deze regeling is definitief en kan niet worden teruggedraaid;
het recht op leeftijdsdagen voor werknemers van 45 jaar en ouder (zie artikel 53.2) komt bij de keuze voor deze regeling te vervallen;
de vrijgekomen recuperatietijd dient, in overleg met werkgever, zoveel mogelijk aaneengesloten te worden opgenomen;
de opbouw van verlofuren vindt plaats op basis van het nieuw tot stand gekomen aantal te werken uren.
De regeling eindigt bij einde dienstverband en/of het bereiken van de AOW- gerechtigde leeftijd van werknemer.
58 Regeling Vervroegde Uittreding (RVU)
Op basis van de Wet bedrag ineens, RVU-heffing en verlofsparen kunnen werknemers, die aan de hieronder genoemde criteria voldoen, gebruikmaken van de in deze wet opgenomen regeling om eerder te stoppen met werken.
De Regeling Vervroegde Uittreding (RVU-regeling), richt zich uitsluitend op werknemers geboren in de periode 1955 tot en met 1961 die maximaal 36 maanden voor de AOW-leeftijd zitten.
Met deze werknemers kunnen werkgevers tot uiterlijk 31 december 2025 een RVU-regeling overeenkomen.
In dat geval geldt dat de RVU-betalingen tot uiterlijk 31 december 2028 niet als een Regeling Vervroegd Uittreden worden aangemerkt.
De RVU-regeling wordt gezien als een vertrekregeling. Naast de criteria genoemd in lid 1 gelden voorhet gebruik maken van de RVU-regeling de volgende voorwaarden:
De afspraken worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst;
Deelname is bedoeld voor situaties waarin beide partijen van mening zijn dat het onzeker is of de werknemer voldoende inzetbaar zal kunnen blijven tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd;
De werknemer moet direct voorafgaand aan de uittredingsdatum ten minste tien jaar achtereen in dienst zijn geweest vande werkgever;
De regeling brengt met zich mee dat de werknemer die hiervan gebruik maakt, geen recht heeft op WW noch op een transitievergoeding;
De werkgever zal in beginsel het verzoek van een werknemer om van de regeling gebruik te maken welwillend bezienen dit verzoek alleen om zwaarwichtige redenen afwijzen.
De werkgever voorziet de werknemer desgevraagd van een financieel overzicht over de hoogte van de RVU-regeling en de gevolgen voor het ouderdomspensioen.
59 Nachtdiensten
De werknemer, die minder dan 10 jaar verwijderd is van de AOW-gerechtigde leeftijd, is – in afwijking van artikel 6.4 – niet verplicht nachtdiensten te verrichten. De werknemer heeft vrije keus en verricht nachtdiensten op basis van vrijwilligheid.
Onder een nachtdienst wordt in dit geval verstaan de uren tussen 01:00 uur en 06:00 uur.
60 Sabbatical
Werkgever kan werknemer een sabbatical (i.e. een tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden) toekennen. Werkgever en werknemer treden daartoe in goed onderling overleg om het werknemer mogelijk te maken een sabbatical op te nemen van maximaal 1 jaar.
Vorig hoofdstuk
Volgend hoofdstuk