1. Werkgever kan met werknemers de volgende overeenkomsten afsluiten:
    1. een overeenkomst met een in het contract opgenomen vaste arbeidsduur per week;
    2. een overeenkomst met een in het contract opgenomen gemiddelde arbeidsduur per week;
    3. een overeenkomst met een gegarandeerd minimum aantal uren en een maximum aantal uren;
    4. een oproepovereenkomst.
  2. Ongeacht de vorm van de arbeidsovereenkomst kan deze voor bepaalde of onbepaalde tijd worden afgesloten.
  3. De werkgever zal zich inspannen om de werknemer met een oproepovereenkomst zo mogelijk ten minste vier dagen van tevoren op te roepen. De minimale oproeptermijn is 24 uur voor aanvang van de werkzaamheden.
  4. Roept de werkgever de werknemer met een oproepovereenkomst binnen 24 uur voor aanvang van de werkzaamheden op, dan is de werknemer niet verplicht om aan de oproep gehoor te geven.
  5. Wanneer een oproep minder dan 24 uur voor aanvang van de werkzaamheden wordt ingetrokken of de tijdstippen van de oproep worden gewijzigd, behoudt de werknemer recht op 100% loon over het aantal uur waarvoor hij was opgeroepen.
    De werkgever maakt de oproep en de intrekking of wijziging daarvan schriftelijk of elektronisch bekend aan de werknemer.
  6. In aanvulling op de wettelijke regeling geldt dat wanneer een oproep minder dan 48 uur maar meer dan 24 uur voor aanvang van de werkzaamheden wordt ingetrokken of de tijdstippen van de oproep worden gewijzigd, de werknemer recht heeft op 50% van het loon over het aantal uur waarvoor hij was opgeroepen. Als de oproep gedeeltelijk wordt ingetrokken of gewijzigd, heeft de werknemer recht op 50% van het loon over dat deel van de oproep dat wordt ingetrokken. Van intrekking of wijziging in de zin van dit artikel is sprake wanneer de werknemer (een deel van) de werkzaamheden waarvoor hij is opgeroepen niet (langer) hoeft te verrichten op het tijdstip dat in die oproep was opgenomen.
  7. Voor de verplichting tot het aanbieden van een vaste arbeidsomvang, verwijzen caopartijen naar de wettelijke regeling (artikel 7:628a lid 5 BW).
  8. De werknemer heeft voor iedere periode waarin hij minder dan drie uur heeft gewerkt, recht op het loon waarop hij recht zou hebben wanneer hij drie uur zou hebben gewerkt.